| Luk Lambrecht Factory #2 Sven Augustijnen, Koen Peeters & Jacques Charlier Sven Augustijnen (1970) is één van de weinige kunstenaars
in ons land die in zijn artistieke productie een relevante synthese tot stand
brengt tussen politieke research, realiteit en fictie in een vorm die de inhoud
ondersteunt en tegelijk in vraag stelt. Het artistieke traject van Augustijnen
heeft als geografisch epicentrum België en Brussel – een thema
dat anno 2007 meer dan ooit de politieke agenda blijft beroeren. Augustijnen
onderzoekt de wisselwerkingen en verhoudingen in het begrip ‘macht’
dat door kapitaal en soms onzichtbare krachten en intenties wordt gedirigeerd.
In 2005 zorgde hij voor opschudding met een bijlage in de krant De Tijd,
waarin vooral een interview met Etienne Davignon een bijzonder helder licht
wierp op de plaats van Brussel in de constructies België en de Europese
Unie waarvan Brussel ook de administratieve hoofdstad is. Voor het kunstenmagazine
A Prior realiseerde hij in het kader van Documenta XII in Kassel
een speciaal nummer waarin het mysterie werd opgevoerd over de dood van Tshombe,
gezien vanuit het oogpunt van journalist Pierre Davister – die in deze
affaire betrokken partij was. Momenteel werkt Sven Augustijnen verder aan
een groots project, Spectres, waarin hij onder andere de passage
van Karl Marx in Brussel zal belichten en diens onbekende invloed op Leopold
II, die erin slaagde zich een kolonie (Congo) toe te eigenen. Onlangs stelde
hij een aantal ‘prints’ tentoon in de Brusselse galerie Jan Mot,
waarin teksten en foto’s achterliggende feiten uit de doeken doen bij
monumenten in de hoofdstad die er vandaag verloren en zonder collectief politiek-actieve
betekenis bij staan ... De fascinatie voor België, Congo en in het algemeen politieke thema’s
sluit geruisloos aan bij het literaire oeuvre van Koen Peeters (1959) dat
zich ook ontspint vanuit een onderzoek waarin langzaam draden van fictie verweven
worden tot verhalen die vergelijkbaar zijn met die van Sven Augustijnen. Koen
Peeters freewheelt op de cadans van de naïeve schilderijtjes van een
anonieme zondagsschilder die hij toevallig aantrof en kocht op een rommelmarkt.
Het zijn niet zomaar schilderijtjes op goedkoop karton – ze geven een
tijdsbeeld weer van Brussel en de kolonie gezien door de gekleurde bril van
de jaren 1950. Het werden voor Koen Peeters visuele kapstokken om na te denken
over de kracht van beelden op het menselijk potentiële mechanisme dat
verbeelding genereert. Jacques Charlier (1939) is een van onze allerbeste kunstenaars die een eclectisch
artistiek parcours aflegde dat waarschijnlijk het etiket ‘typisch Belgisch’
verdient. Hij werkte lange tijd voor de technische dienst van de Provincie
Luik waar talloze professionele foto’s werden genomen van anomalieën
in de stad die moesten worden gerepareerd of gemoderniseerd. De talloze zwart-witfoto’s
werden Jacques Charliers ingrediënten om kunst te maken. Zijn taak en/of
ingreep werd beperkt tot het ordenen en op panelen kleven van de zakelijke
foto’s om ze vervolgens te presenteren in de context van de kunst, waardoor
ze op slag een ander statuut en een andere waarde genoten. De Paysages
professionnels werden ook getoond in de belangrijke galerie MTL in Brussel
in september 1970, waarna Charlier ook de Signatures professionnelles
verzamelde en tentoonstelde. Het waren pakken papier waarop de aanwezigheid
van de werknemers via hun handtekening naast het uur van ‘inkomen en
vertrekken’ op de technische dienst werd vastgelegd als een soort prikklok
avant la lettre ... Dit trio kunstenaars verhoudt zich op een losse manier tot elkaar als een vasthoudende drie-eenheid die het functioneren van wereld en kunst niet zomaar aanvaardt ... als een fonkelende realiteit.
|