| Koen Peeters De schilder Robert Marchand
Maar het was wel Charlier die de foto’s heeft opgekleefd, met liefde, en zo getuigde van een fascinatie voor het gewone, het anonieme, het sociologische. Het werk is amper ondertekend; het is slechts présentation, geen appropriation. Het is gewoon een montage. Ik zal u ook een montage tonen, maar ik weet intussen niet goed van wie dit verhaal juist is. Het zal gaan over schilderijen, en ook hier is de schilder een ander. Het was erg moeilijk voor me om deze schilderijen uit mijn kelder te halen. Want de kwaliteit van de schilderijen is niet goed genoeg. Hiermee kan men geen tentoonstelling bouwen waarbij de bezoeker zijn tijd neemt en het werk van dichtbij bekijkt. De schilderijen verdragen het niet. Als ik ze zou tonen, zou ik er een huis mee bouwen, een kaartenhuisje, een hut, en soms is slechts de achterkant zichtbaar, met daarop logo’s van Solo, Dreft en Union Match. Of beter nog: ikzelf sta aan een tafel en toon u de schilderijen. Geen tentoonstellen, maar een tonen. Kent u de tarotkaart ‘De Magiër’? De tovenaar staat achter zijn tafel met enkele symbolen erop. Als in een labo, met proefbuizen en retorten. Hij doet zijn trucjes, hij tovert, en ieder weet dat het niet echt is. Zoiets. Slechts even wordt het schilderij getoond en dan weer bedekt. Het criterium is niet dat het kunstwerk twintig jaar in een woonkamer kan hangen. We moeten bereid zijn om oppervlakkig en snel te kijken, zeer efemeer te leven. Schilderij: Hutte ronde en paille In de jaren 1980 bezocht ik rommelmarkten in Brussel, op zoek naar boeken over het koningshuis, België, filatelie, Belgisch Kongo, viewmasterschijfjes enzovoort. Op een keer vond ik een stapel schilderijen, of beter: met plakkaatverf beschilderd karton. De verkoper kon me niets vertellen over de oorspronkelijke eigenaar, laat staan de schilder. Hij had slechts een zolder leeggemaakt. Voor een belachelijk bedrag kocht ik de stapel over, het waren er 126. Op enkele achterkanten stond de naam van de schilder, in balpen of in potlood: Robert Marchand. Schilderijen: Que la jeune soeur nous dise le tout – La couleur du coton – PN – La vie dans les cités indigènes – Twee levende okapi’s werden gevangen door Jean de Medina – Rendez-vous manqué à Banana – Quelques aspects de la vie sportive – Le tableau vivant Wat te zeggen over Robert Marchand? Ik heb de man nooit ontmoet, en weet niet of hij nog leeft. Zijn schilderijtjes maakten indruk op me zodat ik zijn naam soms nog gebruik in mijn boeken om een hoofdpersonage te benoemen. Volgens Google is hij een componist in Québec, en een tekenleraar uit de omgeving van Parijs, die gefusilleerd werd door de nazi’s. Ik vond sporen van een andere Robert Marchand, hoffotograaf ten tijde van Leopold III, er was ook een wielrenner met dezelfde naam, maar de schilder Robert Marchand is blijkbaar nog iemand anders. Met de hulp van een Brusselse vakbondsman en zijn vriend die werkte op de personeelsdienst van Marly-Carcoke vond ik het volgende: Robert Marchand is geboren begin jaren 1950 in Belgisch Kongo als zoon van een Vlaamse leraar Frans. Rond zijn tiende kwam het leraarsgezin terug naar België. Na zijn studies werkte hij het grootste deel van zijn leven als bediende in het chemische bedrijf Marly-Carcoke, tot dat gesloten werd. Rond zijn dertigste begon hij te schilderen. Hij deed dat ’s avonds in de woonkamer. Hij bleef altijd een amateur, en zijn thema’s waren beperkt: Belgisch Kongo en de Brusselse kanaalzone. Ik plaatste toen een zoekertje in de krant: ‘Ik bezit een geschilderd jeugdportret van Koning Boudewijn, van de hand van Robert Marchand. Kan iemand mij informatie bezorgen over deze schilder?’ Ik kreeg geen reactie, maar misschien plaatste ik het gewoon in de verkeerde krant. Bij de stapel kartons kreeg ik ook een lijst van drie A4’s getiteld L’Oeuvre de Robert Marchand. Er is sprake van 130 werken, waarvan er nu 126 in mijn bezit zijn. Ze zijn genummerd en zijn geschilderd op kartonverpakkingen van Aldi-merken uit de jaren 1980. Kende de schilder daar iemand van het winkelpersoneel? Winkelde hij daar? Ik weet het niet. Marchand was wellicht Franstalig, dacht ik eerst, maar maakt soms vreemde fouten tegen het Frans. Hij was tenslotte toch bediende bij Marly-Carcoke? Marchand schilderde niet onverdienstelijk, zoals men dat zegt, maar heeft nooit echt leren tekenen. Hij houdt te veel van zwarte verf, waarmee hij de contouren te zwaar aanzet. Hij zet de kleuren vaak ongemengd op het karton, hij heeft een vieze voorkeur voor de vleeskleur van Pelikan. Hij gebruikt zijn witte verf altijd op dezelfde vette manier, met effectbejag. Hij is haastig en ongeduldig, zet teksten onzorgvuldig en bruut op het karton. Maar als ik de lijst bekijk, blijkt dat hij in sommige periodes bijna één schilderijtje per avond maakte. Op een van de kartons schreef hij zelf, op de achterkant: ‘Marchand is rap content’. De mooiste schilderijen heb ik niet meegebracht. Die hangen in mijn huis, ingekaderd, nu al meer dan twintig jaar. Het zijn ‘Peinture primitive du masque’, en ‘L’Achat’, een zwarte man op een fiets. De rest van de kartons ligt ook al twintig jaar in een van mijn vijf kleine kelders, op een ongebruikte kast, onder de gasmeter die tikt zoals in elk huisje een klokje tikt. Schilderijen: Lavez-vous – Un jour en 1958 il m’a demandé ‘la dipenda svp’ – Adoption du petit bongo – Place Albert Élisabethville – Miao au Kasai – Les cuivres d’Élisabethville – Les usines de Lubumbashi Enkele weken geleden waren Luk, Sven en ik in Café Greenwich in de Kartuizerstraat. Het is de plaats waar René Magritte met zijn vrienden kwam schaken. Vandaag wordt er nog steeds geschaakt. Over Magritte werd destijds gezegd door zijn vrienden: ‘Als hij zoveel weet van schilderen als van schaken, dan zal het niet veel zaaks zijn.’ Luk, Sven en ik bespraken de stand van zaken. Ik toonde hun de schilderijen van Robert Marchand. Ik toonde hun hoe Marchand kopieerde van kalenders en boeken van voor 1960. Een aantal beelden heb ik teruggevonden. Marchand verzon er enkel de kleuren bij, soms noteerde hij het onderschrift van het boek gewoon in het schilderij. Sven vroeg me verder te zoeken naar bronnen. Vooral van dat schilderij van de Gilles congolais, waarvan ik zeker weet dat ik er ooit een foto van zag. Het ging over een carnavalsoptocht in een Congolese stad waar een zwarte man verkleed was in het kostuum van de Gilles van Binche. Kalender ‘Congo belge’ - Mene-ganza, circoncision Équateur Boek ‘Leopoldville’ - Le kibatshi aux joues percées de flèches Boek ‘Bwana Kitoko’ - La main de l’artiste - Développer la vocation artistique chez l’indigène ? - Gilles congolais Sven heeft alle schilderijen gefotografeerd in mijn kelder. Hij is op zoek naar een verwevenheid, gelijktijdigheid, patronen. Hij is op zoek naar Marx in Brussel, Leopold II in Kinshasa. En omgekeerd. Hij is geïnteresseerd in standbeelden, theorieën, mensen die geloofwaardige verhalen vertellen. Ik krijg niet geheel hoogte van Sven. Als ik bij hem aanbel, gaan we koffie drinken bij de Portugees Garcia in de Troonstraat. Soms hoor ik wellustige vrouwenstemmen op de achtergrond als ik hem opbel. Ik heb de indruk dat Sven intussen meer weet van Marchand dan ik. Er zou ook een schifting moeten gebeuren in dat werk. Sommige kartons moeten worden vernietigd, omdat ze niet goed genoeg zijn om te bewaren. Maar ik durf dat niet. Opvallend ook: sommige van de schilderijen zijn niet gevernist. Misschien wilde Marchand ze nog verder afmaken, met plakkaatverf is dat eenvoudig. Marchand schildert zwak, naïef, ongeschoold maar soms overtreft hij zichzelf. Er is ook een correlatie tussen het naïeve, kinderlijke en optimistische vooruitgangsgeloof en de stijl van zijn schilderijen. Die zijn met name exact dezelfde. Als we zegden in de jaren 1950 dat de zwarte medemens eenvoudig, zelfs kinderlijk, volgens sommigen primitief en instinctief was, dan geldt dat net zo voor deze schilderijen, des peintures qui sont bien étonnées de se trouver ensemble. In Hauterives, in Frankrijk, bezocht ik Le Palais Idéal van Facteur Cheval. Een eenvoudige postbode die in zijn tuin een klein paleis bouwde met stenen die hij vond op zijn dagelijkse tocht. Op zijn paleisje bracht hij ook een zonnewijzer aan die elke voorbijganger wees op de vergankelijkheid der dingen. Boven de zonnewijzer bracht hij deze tekst aan: ‘Chaque fois que tu me regardes, tu vois ta vie qui s’en va. C’est pas le temps qui passe mais nous.’ Net zo gaan deze schilderijen over een Brusselse weemoed naar een veilige, anekdotische tijd, vol verborgen geweld. Het is onze kindertijd, versmolten als verbrand plastic, romig en klef als crème au beurre, als de oude parfums van gestorven familie, en de scherpe, kruidige, zelfs benzineachtige aftershave van een gestorven vader. Het is ons verleden dat vrijkomt, het zijn oude schuldbekentenissen die nog uitgesproken moeten worden. Dit gaat over de verkleuring, en toont aan waarom sommige beelden weigeren te verkleuren. Het zijn wijzelf die verschijnen in wat verdwenen is. ‘Chaque fois que tu me regardes, tu vois ta vie qui s’en va. C’est pas le temps qui passe mais nous.’ Schilderijen: Les distances n’existent plus – Un igname phénoménal – Voici une des cent fermes éparpillées à proximité d’Élisabethville – L’administration, l’art et la science – La dance est très en faveur chez les évolués – La garde au lac – Lumumba à Bruxelles, jouant au saxophone Vorig jaar vond ik op de Vossenmarkt een nieuw pakket met schilderijen van Marchand. Deze keer een reeks van 41, opnieuw met een lijst, waarin hij de haven van Brussel portretteert, en oude Belgische reclame. Deze zijn uit de jaren 1990. Ik dacht nog, gek genoeg: Robert Marchand leeft nog. En, vreemd, het zijn allemaal uitvergrote luciferdoosjes. Overal staat er ‘Safety Matches’ op. Nog steeds gaan ze over de zonnigheid, de helderheid, de breedte en de leegte van het verleden. De opgewekte zwarte kinderen en hun opgewekte zwarte ouders. En daarin, opnieuw, kunstig verborgen het geweld, de politiek, het racisme. De schilderijen van Marchand vernoemen de rassen, de volkeren van de wereld, exotische namen als Matadi en Élisabethville maar ook de moord op Patrice Lumumba in 1961. Het is zoals de ‘Mars der parachutisten’, met dat flinke tromgeroffel en die koperblazers, in een vrolijk marstempo, met de strijkers die elegant als parachutes uit de lucht neerdalen, uitgevoerd door het omroeporkest onder leiding van Fernand Terby, de harmonie van een Vlaamse kermis maar net zo goed de grauwe zwart-witfoto’s uit Le Patriote Illustré, de woelige dagen na de onafhankelijkheid, de gevangenneming van Lumumba, de moord, de machtsgreep van Mobutu. Et cetera et cetera. Schilderijen: Bellevue/Dixan blauwe energie – Bellevue/Yddis – Côte d’Or – Avion/De witte mars – Lumumba Matches Ten slotte. Mijn zoon fotografeert als hobby en overvalt me soms ’s avonds met vragen als: ‘Gaan we nu naar Haren-Buda?’ Het was koud en winderig aan het kanaal. Een schip passeerde de brug, snel en efficiënt. Mijn zoon beklom een metalen trap om boven foto’s te maken. Ik drentelde daar beneden wat rond, benieuwd om te weten wat op zo’n verloren plaats op de grond ligt, en kwam aan de metalen toegangspoort met daarop de onhandige letters Marly-Carcoke. De site is vervuild achtergelaten, er wordt gedraineerd en gepompt om de giftige bodem te stabiliseren. Hier zat dus ergens Marchand, aan zijn bureautje, om dan na de dagtaak naar huis te gaan, om dan in de woonkamer, zo stel ik me voor, plat op de tafel, zijn schilderijen te maken. Elke avond één. Hij hersneed het schilderij tot het formaat klopte. Robert Marchand heeft dezelfde initialen als René Magritte. En ook als Robert Musil, de man zonder eigenschappen. En als R. Mutt, het alloniem van Marcel Duchamp. Misschien heeft Robert Marchand andere belangrijke dingen gedaan, onder een andere naam. Misschien maakt hij muziek of schrijft hij boeken. Maar als hij zoveel weet van schrijven als van schilderen, dan zal het niet veel zaaks zijn. Koen Peeters
Schilderijen van Robert Marchand Reeks ‘Belgisch Kongo’ 1 Belgium Mythology, s.d. Reeks ‘Kanaal/Safety Matches’ 1 You murdered Lumumba, Belgium, s.d. |