de kanteling


Indian Summer wikkelt de winter af
voor Lilo

Als een kind dat naar de speeltuin rent. Of als een straathond
die het bos verkent. Zie, je straalt nu bij de bron, heksje.
Elke avond krijgt de egel melk. Tomaten nog met
de geur van tomaten zoenend: je verhalen plukken
sterren uit de hemel. Onze zakdoeken in de was.
Je houdt de eik vast tot je door de storm uit het nest valt.
Stikkend moet je in het hospitaal de slangen likken.

Ik kom pas naar huis als ik kan ademen, wanneer krijg ik meer lucht?
Ik wou dat ik gewoon pijn had. Ik zou zo graag gewoon slapen.
Ze kunnen elke minuut komen. Waar is de tijd van de beekjes en de
stekelbaarsjes. Moet ik dan nu diep – moet ik dan nu 
  
Naakt zwem je met Janis Joplin. Nietig stof zijn wij, maar
’s nachts gaan egels drinken bij de grote koe. Als een mus
op een uil. Doorn in de aarde. Meisje struikelt en de
hond is naar de maan. Zon in eik die – kind hoort reus – ritselt   


uit klei als kaas

rijst een reus

met groene blik


Grenspost: reus die komt

G a y a n t

dode olm, vast in de holle bast

een beer trekt mij los

op zijn rug zie ik witte wolven

wolkenstaart

koepel van een spookkapel

de zon een tranend oog


F r a n k e n s t e i n

Dokter, mijn benen

volgen mij

In dreams I walk with you

als piranhawolken boven de wereld


3  L a  B a r a q u e

‘Schilder zelf de ingang, maanrosse gast, want de deur
waait uit in het bos,’ zegt Piet de Dood wit van de kou,
‘je palet wordt uithangbord. En pluk die sprookjesgans.‘


P o t  o p  ’ t  v i e r

al is deze plaats bezet toch is de ruimte vrij
kastelein van woord en daad, geen lul op slagroomtaart
schenk de bonte spechtenwijn, mijn duifje vliegt dan hoog
 
kwasten – sympathie voor duivelsnat, angst zonder kleur
verf roekoe roekoe mijn dak vol boktor rood en blauw
doe de poezenrozen poezenroezen

tsjing, ten dans


De zang van de maagden

L e n t e h u i s  d e r  m a a g d e n 

Halve Maan lag op haar rug bij de tulpenboom: ‘Neem mij.
Leeg ei, reus die komt, als Tora Bora-grotten diep en dood.’
Sneeuwtje zweeg: ‘Woestenij, ik kom tot u –
op de scherpe rug van de samoen.’
Sahara stoof op: ‘Ik voel geen water. Lelijk paart met lelijk.
Kogels van Jalalabad doorboren het vlies van de wereld –
uit de karkassen sijpelt het lied der tijden.’
Supermaagd vloog door het wolkenroos met gouden pootjes:
‘Tanden van angst malen om barbarijen – lik geen golemvoeten.
Zusterschap der gedurige aanbidding, spreid uw vleugels. Snor
met zoete geur naar Moeders Vertelboom, gindse groene eiken.
Dames, wij zijn geen mieren, als meikevers knabbelen wij aan
de groenste blaadjes. Zing en breng die Moloch van de wijs.’

Speel nu maar dat liedje op mijn roze fluit, met je kleine mondjes …


2  K e r e  w e e r o m

Zo klonk het in het lindegroen
bij het huis aan de Andere Kant.

De grens. Een afgebroken tak.
In de ban van een hinde een man
met gezwollen hoofd glad als een aal.

Duiven zingen de background – gigant
maakt er werk van in het gouden licht.
Rosas met een steen erdoorheen.
Gekneusde enkels in de struiken.

Dit is het nulpunt. De kanteling.
Mensen vallen dieper dan de sterren.
Zo breekt ook voor ons de zomer door.


je hoofd boven de wolken

verweert

met de seizoenen


Man van Avignon

hij ziet zijn jeugd, vandaag zit zijn geluk in zijn sandalen
een sigaret en vuurwerk dat ontplofte onder water
wat verder lag hij met zijn herfstangst naar de lucht te happen

zijn oudste dag brengt als weleer: parade van de eenden
kruis aan de overkant, de veerboot pendelt al die jaren
ik leg mij neer, Maria, Heer – de populieren ruisen

vier kwakers peddelen weg en vier schoffies landen fietsend
de dikke en de dunne, meisje en het jongensmeisje
ze steken sigaretten op en pijlen, ze lanceren
de knallers achteloos vanuit de hand – die ouwe glimlacht

het leven is geen schilderij, toerist valt in de Rhône
doek – even kijk je naar jezelf: een kind dat kan geloven
in knipperende sterren (niet in satellieten), egels
met prikvleugels die vliegen – brug die stopt, de nacht heeft ogen

 

Peter Holvoet-Hanssen

 


 

Factory #4 Narcisse Tordoir
De ontwikkeling


Concept: Koenraad Dedobbeleer en Peter Holvoet-Hanssen
Tekst: Peter Holvoet-Hanssen
Vormgeving: Luc Derycke
Website & film: Emanuel Maes
Curator: Luk Lambrecht
Coördinatie: Hugo Bousset en Kurt Snoekx
Foto: Ronald Stoops