Philippe Van Snick

Philippe Van Snick (1946) is een kunstenaar die vanaf de jaren 1970 een artistiek parcours heeft afgelegd vanuit een perfecte mix van interesses in conceptuele fotografie, wiskunde, fragiele beeldhouwkunst en kleur waarin het ‘logisch en mathematisch samengestelde palet’ schilderkunst opleverde met een impliciete wenk naar het leven en de poëzie ervan.
Het indrukwekkende oeuvre van Philippe Van Snick ontwikkelde zich in een museumarme periode waarin hedendaagse kunst een privilege was voor privé-initiatieven zoals de galeries Wide White Space in Antwerpen van Anny de Decker en Bernd Lohaus, en MTL van wijlen Fernand Spillemaeckers. Deze galeries waren kleine centra van discours en gedurfd engagement waar ook Philippe Van Snick tentoonstelde. In tegenstelling tot de nuchtere en overwegend Amerikaanse conceptuele kunstenaars wist Philippe Van Snick werk te maken waarin termen als waarheid en exactheid in vraag werden gesteld. Zijn werk stond altijd heel dicht bij het leven en dat leven werd nooit weg gefilterd ten gunste van het haast onaanraakbare en exemplarische adagio van de conceptuele kunst. Het verloop van de tijd loopt als een rode draad door de vroege, ontwapenende fotoreeksen, net als een verlangen naar ordening via een codering met het decimale stelsel (0-9).
Op bepaalde foto’s staan tien puntjes, of in een reeks van tien foto’s worden in een met water gevulde wastafel tien vlekjes inkt gedropt die fotografisch ‘gevolgd’ worden tot al het water met de in elkaar gevloeide inkt is weggelopen ... Op de foto Tattoo (1974) is een arm te zien van een vrouw waarop tien willekeurig geplaatste stipjes werden getatoeëerd. Dit soort werk maakt het verschil; Philippe Van Snick laat zijn leven in de kunst infiltreren en legt er, op basis van het decimale dat alle variaties/interpretaties en mogelijkheden openhoudt, een laagje deviante ‘wiskunde’ bovenop. Daarnaast werd zijn werk fel beïnvloed door de toen opkomende theorieën van de kwantummechanica waarin vooral de onrust van de materie zijn persoonlijke interpretatie van ordening leidde.
Naast foto’s realiseerde Van Snick ook tal van filmpjes waarin zijn preoccupaties met richtingen mooi in beeld komen; bijvoorbeeld de witte lijnen die vliegtuigen trekken tegen de achtergrond van een staalblauwe hemel.
Philippe Van Snick genoot in Gent een opleiding schilderkunst. Zijn drang om opnieuw te gaan schilderen werd versterkt door de heftige explosie van de schilderkunst in het begin van de jaren 1980. Hij trapte niet in de val van het gestuele met verf uitdrukken van grote gevoelens op doek. Trouw aan zijn conceptuele opvattingen stelde hij een palet samen gebaseerd op het decimale. Hij selecteerde tien kleuren, met name de primaire, de secundaire, de niet-kleuren wit en zwart en de twee metalen zilver en goud. In en tussen dit abstracte kleurenextract van tien kleuren ziet Philippe Van Snick de hele werkelijkheid ...
De twee metalen beschouwt hij eerder in het perspectief van uiteenlopende metaforen. Het zilver overbrugt de relatie met het wereldlijke, dat als metaal verkleurt en verdwijnt. Het zilver betekent ook een hommage aan Marcel Broodthaers die sprak over het ‘verzilveren’ van de schilderkunst. Het goud staat voor het geestelijke en het mentale en voor gedachten die in de buurt komen van het werk van de Russische kunstenaar Kasimir Malevitsj. Goud staat voor het licht en zilver voor donkerte. Met dit tiendelige standaardpalet maakte Philippe Van Snick talloze combinaties en asymmetrische constellaties. Neem daarbij dat hij al heel vroeg het blauw en het zwart respectievelijk beschouwde als dag en nacht, dan wordt duidelijk dat zijn werk zich plaatst in een chromatisch-abstracte uiteenzetting van het begrip tijd.
In een recente chromatische reeks (2006) die hij presenteerde in de tentoonstelling Undisclosed Recipients in De Garage in Mechelen wist hij de vier zijranden van het doek te beschilderen met goud, zilver, zwart en blauw, waardoor het schilderij zelf werd gecontextualiseerd in een meerduidig frame waar idee, geld en tijd de compositie letterlijk en met verve omarmden ...
In het tweede luik in Cultuurcentrum Strombeek wist hij de tien kleuren te vatten in tien onregelmatige kubussen die als teerlingen in de ruimte verspreid lagen als een knipoog naar ‘un coup de dés’ van Mallarmé. Een ander motief dat voortdurend weerkeert is de ellips, in de ogen van Van Snick een geometrische figuur waarvan de twee polen het cyclische leven symboliseren. Op de voorgevel van Cultuurcentrum Strombeek liet Philippe Van Snick een ellips aanbrengen waarvan de ene ring de schaduw vormde van de andere.
Ook al in vroege foto’s kwamen getekende ellipsen voor als een abstract element van tijd, als tekens die zich verhielden tot de efemere en wereldlijke afbeeldingen.
In zijn voorlopige studio in de Kesselstraat 12 in Schaarbeek realiseerde Van Snick vlakschilderingen op de muur. Het concept dat zich uitstrekte over een periode van twee jaar bestond erin om de vlakken gradueel te overschilderen van uiterst licht naar uiterst donker. Met deze werkwijze veranderde de ingreep qua kleurgradaties met het verloop van de tijd. Met het einde van deze arbeidsintensieve schildercyclus was de cirkel rond van licht naar donker – net zoals een ellips die de dag en de nacht als een teken van tijd reproduceert.
De artistieke productie van Philippe Van Snick behoort tot de meest consequente van zijn generatie en beschouwt de schilderkunst als een uniek medium dat in staat blijft om gevoelens en stemmingen te suggereren zonder te verzanden in sentiment.
De kunst van Philippe Van Snick is tegelijk rationeel doordacht en vol van gevoel; een meesterlijke strategie om de schilderkunst haar materialiteit te gunnen en de toeschouwer toch de warmte van de kleur en het leven te laten ervaren ...